Heading

De slagen

Heading

Kantklossen is eigenlijk een gecompliceerde manier van weven, het werk wordt door spelden op zijn plaats gehouden. Indien u eenmaal de prikking van het patroon hebt, en dit hebt vastgeprikt op het kantkloskussen, de klosjes hebt opgewonden en die hebt opgehangen rond de spelden, dan kunt u starten met het klossen. Er wordt altijd in paren gewerkt. Zij zijn opgewonden en opgehangen in paren, maar de echte reden is dat de slagen worden gedaan met paren van klosjes, meestal twee paar.  Voor een slag start u met vier klosjes, zoals rechts aangegeven. Zij hangen aan spelden, of zij komen van het stukje dat reeds geklost. Hier is een paar rood en roze, het ander paar heeft twee kleuren blauw.
Er wordt in dit geval gewerkt volgens de gesloten methode, dat wil zeggen dat onderaan de slag de paren gedraaid liggen. Bij de open methode liggen de draaien bovenaan de slag. Hoe er ook wordt gewerkt, uiteindelijk ziet het kant er altijd hetzelfde uit. Er is wel een nadeel en dat is dat beide methoden, voor de slagen, die er haast hetzelfde uitzien, verschillende benamingen heeft. Het enige verschil is of de draaien boven- of onderaan de slag liggen. Deze vertaling gebruikt de benamingen van de slagen, zoals dat bij de gesloten methode gebruikelijk is.
De benamingen niet altijd eenduidig. Er kan verwarring ontstaan tussen mensen, waarvan de een volgens de open methode en de ander met de gesloten methode werkt. Zo wordt de netslag ook wel halve slag genoemd, en de dubbele netslag wordt ook wel hele slag genoemd. Het enige verschil is of de gedraaide paren al dan niet bovenaan de uiteindelijke slag liggen. Pas steeds goed op, welke methode de mensen gebruiken.

Linnenslag
Netslag
Draai
Dubbele netslag

Gesloten speldslag
Sierdraad
Vlecht en 4-parige verbinding
Picot
Bobbins at start


How to do a cloth stitch

Linnenslag

U kruist de middelste twee klosjes (links over rechts), daarna draait u de buitenste paren (rechts over links), en daarna kruist u de twee nieuwe klosjes in het midden (links over rechts). Het is belangrijk welke klosjes over elkaar heen worden gelegd.  Wanneer  er slagen worden gemaakt, tilt u een klosje over het naastliggemde klosje heen, maar u dient wat ruimte te maken om het weer neer te leggen. Er is meestal niet veel ruimte op het kantkloskussen! Wanneer u met iedere hand een klosjes omhoog tilt, dan kunt u beide handen gelijktijdig gebruiken.

Het wordt de linnenslag genoemd omdat het uiteindelijke effect lijkt op geweven stof. Aan de linkerkant ziet u hoe dit moet doen en het uiteindelijke resultaat ziet u aan de rechterkant. Merk op dat de paren van plaats zijn gewisseld, het rode paar ligt aan de rechterkant en het blauwe paar aan de linkerkant.

Voor een voorbeeld van de linnenslag, zie  Blok in linnenslag.

Cloth stitch


How to do a half stitch

Netslag

Een netslag is niet de helft van een linnenslag! Het is meer drie kwart van een linnenslag. Het enige dat u niet hoeft te doen, is het laatste paar te kruisen. U zult zien dat de paren klosjes nu door elkaar heen liggen. Terwijl bij de linnenslag de rode en de roze bij elkaar bleven liggen, worden zij nu gescheiden door een blauw kloskje. U benoemt een paar klosjes altijd door de twee dichtsbijzijnde bij elkaar te nemen, zo wordt na deze slag, het nieuwe linkerpaar licht blauw en rood, en het rechterpaar wordt donker blauw en roze.

Voor een voorbeeld van de netslag, zie Blok in netslag.

Half stitch



How to do a twist

Draai

Het draaien van een paar klosjes is niet een echte opzichzelfstaande slag, maar wordt altijd gecombineerd met andere slagen, zoals in de gronden. U moet altijd voorzichtig zijn en het goede klosje over de andere heen leggen. Bij de start van de linnenslag en de halve slag wordt bij het middelste paar eerst het linker klosje over het rechter klosje gelegd (gekruisd), voordat de draai wordt gemaakt. Op die manier gaat de draad eerst over en daaarna onder alle draden door, welke hij tegenkomt.

Als er een draai in het patroon zit, dan kunt u twee of meer kruisen maken om een netter resutaat te verkrijgen.

Voor een voorbeeld van de draaien, zie Bucks Point Ground.
Twist stitch



Dubbele netslag

De linnenslag gevolgd door een draai wordt zo vaak gebruikt dat het een slag opzichzelf is. Je kunt de slag ook zien als twee netslagen na elkaar, vandaar ook de naam. Soms wordt het ook de Downton hele slag genoemd, I gebruik steeds de termen linnenslag en linnenslag met draai, in alle webpagina's, om verwarring te voorkomen.

U maakt met vier klosjes de linnenslag. U neemt het linkerpaar van de klosjes en draai ze. U draait vervolgens ook het rechterpaar klosjes.

Indien het diagram goed bestudeerd, dan ziet u dat de linnenslag met een draai, hetzelfde is als twee halve slagen, gemaakt met dezelfde paren van klosjes.

Voor een voorbeeld van een linnenslag met draai, zie de gedraaide zelfkant van een Torchon grond.
Cloth stitch and twist


Honeycomb stitch

Gesloten speldslag

Deze slag wordt ook wel honingraatslag genoemd en wordt gebruikt bij Bucks Point grond of een honingraat  grond. Er wordt een speld bij gebruikt (weergegeven door een grijs spaakje).

U werkt met 4 klosjes, eerst de halve slag en draai maken met beide paren. Dan een speld neerzetten in het gaatje van de prikking. Nu kunt u weer een halve slag maken en aantrekken tot aan de speld en de paren nog een keer draaien.

De volgorde van de klosjes is dan gelijk aan die van het begin.

Dit geeft een zichtbaar gaatje, in het uiteindelijke kant, als de speld wordt weggehaald.


Sierdraad

Een sierdraad is een dikkere draad welke een motief weergeeft. Het diagram laat zien hoe een sierdraad op zijn plaats wordt gehouden tussen twee draden.

U draait de twee dunne draden, dan legt u de dikke draad tussen de twee smalle draden. Daarna draait u de dunnere draden nogmaals. Omdat er maar een dikkere draad zijn, volgt deze draad niet precies het normale patroon.

Sierdraden worden gebruikt in Bucks Point.

Een normale sierdraad is een iets dikkere draad dan de gebruikte draden. Maar u kunt ook een sierdraad verkrijgen door een paar of twee paar van de draden te nemen, waarmee u klost. Draai, vlecht of doe er niets mee en gebruik deze draden als een sierdraad.

Zie voor voorbeelden met een sierdraad mijn gegolfde patronen of de onderzetters met ruiten.
Gimp


Vlecht en 4-parige Verbinding

Ik heb de naam vlecht bedacht! Deze wordt gebruikt in de onderzetter met ruit.

U maakt met vier klosjes een halve slag en blijft dit doen zonder een speld te zetten. Dit geeft het effect van een vlecht. Het kan worden gebruikt om een dikke draad te maken, dit wordt ook wel een spijl genoemd. Deze kan worden gebruikt om andere delen van het patroon met elkaar te verbinden, of hij kan worden gebruikt als een sierdraad, om de vorm van een motief mee aan te geven.

Indien u netjes werkt bij het maken van de vlechten, dan liggen, na ieder paar slagen, de klosjes weer in hun originele volgorde! Aan de rechterkant worden twee slagen getoond.
Plait
Lazy Join Vlechten worden met elkaar verbonden met een 4-parige verbinding, het wordt ook wel een windmolen genoemd. In tegenstelling tot een gewone verbinding, hebben wij nu te maken met twee paren van klosjes, die ieder van een verschillende richting komen, dit geeft 4 paar klosjes in totaal. Ieder paar klosjes worden behandeld alsof het een enkel klosje is, en de linnenslag wordt gem aakt met deze paren.  Het ontwerp aan de bovenkant van deze bladzijde bevat vlechten en 4-parige verbindingen.


How to do a picot

Picot

Een picot is een lus rond een speld en dit geeft een rand van kant. Het wordt gemaakt van een paar klosjes. Eerst draait u zeven keer. Dan maakt u met de linker draad een lus rond de speld en prikt de speld op de plaats waar de picot moet komen. Met de andere draad maakt u eenzelfde lus rond de kop  van de speld, en trek dan aan het gedraaide deel. Het gedraaide deel moet netjes rondom de speld komen te liggen,  en als laatste draait u beide klosjes tweemaal. Voor een gedetailleerde beschrijving, klik dan  hier.

Voor een voorbeeld met picots, zie kroontjes.
Picot


Terug naar Index

© Jo Edkins 2002