Heading

Zig-zag patronen

Heading

Er zijn diverse patronen in Torchon kant, waarbij er contrast wordt verkregen door het gebruik van de linnenslag en de netslag. 

Zig-zag patroon
Schaakbord patroon
Spinnenrag patroon


Zig-zag lace patternZig-zag lace photo


  Dit is een over het algemeen gebruikelijk Torchon patroon, gebruikmakend van het contrast tussen de zig-zag in netslag en de linnenslag daar achteraan.

Normaal gesproken worden de netslag en de linnenslag op een gelijke manier afgehandeld, dat wil zeggen elke 'Z' past in een andere  en op die manier lijkt het alsof ze rond elkaar zijn gedraaid. Ik probeerde dit patroon, welke de netslag voor liet gaan aan de linnenslag steeds opnieuw. Op die manier verkreeg ik opnieuw harten!

Er is een waaier met nerf, grond in netslag en enkele spinnen om de zig-zags te doen uitkomen.


Met een gedraaide zelfkant, heeft u 22 paar klosjes nodig.



Zig-zag lace photoCheckerboard lace pattern Dit patroon is simpeler. Het heeft  ruiten in linnenslag en ruiten in netslag op een schaakbord patroon. U kunt zich nog steeds voorstellen twee continue banden, die elkaar kruisen met een spin op de krusing. Een grond in netslag maakt het hele patroon compleet.

Het enige verradelijke deel in dit werk is de plaats waar de beide ruiten elkaar raken in het midden. U moet een ruit voor de helft afmaken tot het punt waar beide ruiten elkaar raken. Laat de loper  van deze ruit even liggen en nog geen speld erin steken. Dan maakt u de andere ruit af, hierin neemt u het paar mee dat u had laten liggen. Natuurlijk maar voor een slag, het raakpunt van de
beide ruiten. Wanneer de tweede ruit klaar is, gaat u terug naar de eerste ruit en maakt deze af. Het paar dat u had laten liggen, weer als loper gebruikend.

 

Met een  gedraaide zelfkant, heeft u ook 22 paar klosjes nodig.


Cobweb lace photo Ik wilde een erg open patroon maken met  randen in netslag en spinnen. Het zijn dubbele netslagen aan de buitenrand. Er is een interessante slag bij. Aan de zelfkant zijn er halve spinnen. Twee paar klosjes komen van rechts maar slecths een paar van de zelfkant. U werkt het paar dat van de zelfkant komt door de paren die van rechts afkomen, hetzelfde als bij een spin. Met het paar van de zelfkant maakt u een blinde slag voor en na de spin.

Ik wilde dit patroon in grijs afwerken, voor  twee redenen. In Geogette Heyer's book 'Powder and Patch',
heeft een van de karakters grijze kant en ik wilde zien wat het effect was. Ik kreeg ook een email van een kantklosser uit Monserrat, deze vertelde dat gedurende vulkanische activiteit op het eiland, de as in de lucht het kant erg smerig maakte. Daarom werkten zij met grijze draden, zodat er weinig van was te zien. In ieder geval, geeft het uiteindelijke resultaat het idee van een spinnenweb en daarom heb ik het zo genoemd.

Met een gedraaide zelfkant heeft u 15 paar klosjes nodig.
Cobweb lace pattern


 
Terug naar Index

© Jo Edkins 2002